Praktijkverhalen
Als het gaat om omgaan met ontplofbare oorlogsresten door gemeenten, is het nuttig om ook eens te kijken hoe andere gemeenten dat aanpakken. In deze rubriek praktijkverhalen krijgt u daar de kans voor. We doen dat aan de hand van praktijkverhalen waarin we in gaan op allerlei zaken die op dit beleidsterrein aan de orde zijn. Daarbij laten we zoveel mogelijk mensen aan het woord die bij of voor gemeenten werken. Zij vertellen ons hun verhalen met hun meningen.
Heeft u voorstellen voor andere praktijkverhalen, laat het ons weten: info@kenniscentrum-oo.nl.
Beschikbare praktijkverhalen:
Resultaten
Vanwege de energietransitie moeten er veel nieuwe kabels en leidingen onder de grond gelegd worden. Dat is nodig om elektriciteitsnetten uit te breiden of te verzwaren, of voor de aanleg van warmte- of waterstofnetten. Voor het veilig uitvoeren van die werkzaamheden is informatie over de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten essentieel.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen ongeveer 8.700 vliegtuigbommen op Rotterdam. De blindgangers werden vaak direct geruimd, maar sloegen soms metersdiep in en konden niet altijd worden opgegraven.
Kevin van Duijn is projectleider bij Team Openbare Ruimte van de gemeente Den Helder. Hij houdt zich dagelijks bezig met het beleid rondom ontplofbare oorlogsresten. Zijn aanpak? Efficiënt werken, de gegevens up-to-date houden en een duidelijk verhaal naar buiten toe.
Duidelijkheid scheppen, zodat iedereen weet wat er te doen staat. Dat wil de gemeente Den Bosch bereiken met het nieuwe beleid rondom ontplofbare oorlogsresten. Specialist Bodem & Bouwstoffen Geert Schuijers dook daarvoor de archieven in: “We wilden als gemeente een goed onderbouwd verhaal: op welke plekken moet je rekening houden met ontplofbare oorlogsresten? En wat moet er precies gebeuren als je iets aantreft?”
Eén van de gebieden waar bij de bevrijding van Nederland het hardst gevochten is, is Zeeuw-Vlaanderen. In dit praktijkverhaal gaat Veronique de Caluwé in op de keuzes die de gemeente Sluis maakte bij het aanpakken van de grote hoeveelheid ontplofbare oorlogsresten daar.
Weten of, en zo ja, waar ontplofbare oorlogsresten zouden kunnen liggen is belangrijk om op een veilige manier grondwerkzaamheden uit te kunnen voeren. De gemeente Enschede is een 'level' hoger gegaan en heeft een 'digital twin' van de ondergrond laten maken. Marc de Jong van de gemeente Enschede en Maarten Welmers van Esri Nedeland vertellen over het waarom, wat en hoe van dit project.
Gouda is één van die gemeenten waar de schade als gevolg van oorlogshandelingen relatief beperkt is. Dat alles neemt niet weg dat de gemeente zeker wel rekening moet houden met niet gesprongen explosieven.
Esther Raats is beleidsmedewerkster milieu bij de gemeente Waalwijk. Het beleid rondom Ontplofbare Oorlogsresten (OO) vormt een onderdeel van haar takenpakket. De gemeente Waalwijk is een beetje een ‘tussen-in’ gemeente als het gaat over de omvang van de OO-problematiek.
De Explosieven Opruimingsdienst (EODD) is de enige organisatie die in Nederland ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog mag ruimen. Maar de EOD doet meer.
Eén van de grote infrastructuurbeheerders van Nederland, ProRail, is ruim 75 jaar na de oorlog nog steeds volop bezig met het laten opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten. René Dijkmans is senior OO-deskundige in een team van 4 mensen dat daar fulltime mee bezig is. Daarbij werkt het team intensief samen met veel gemeenten.